Ohh Greetje…

We staan voor Greetje in de Peperstraat. Greetje is een geprezen restaurant, zo lezen we op de deur. We zien posters, recensies en stickers (Lekker) met loftuitingen, hmmm. Binnen vragen we waar we mogen zitten, er is gereserveerd. De man (van Greetje?), kaal en gehouwen als een mooi gesneden asperge, kijkt in zijn papieren en vraagt: ‘op wiens naam hebben jullie geboekt?’ We weten het niet, zeggen we. ‘De rest van het gezelschap is nog onderweg, zij hebben gereserveerd, maar is het een bezwaar…?’

‘Nee’, zegt de man van Greetje (natuurlijk niet).

Even later zitten we met zeven mensen aan tafel. We bekijken de kaart en zien dat Greetje in hartje Amsterdam De Hollandsche Pot kookt. We lezen: dungesneden Twents Neaghelhout, dungesneden gebraden tamme Beemster eendenborst, Noord Hollandse Blauwe kip, biologische bloedworst van Veenland varkens.

Er groeit een lichte ergernis. Zit je als provinciaal midden in Amsterdam aan tafel met allemaal bijdehante Mokummers, maakt Greetje goede sier met gerechten uit buitengebieden waar ze in die grachtengordel nog nooit van gehoord hebben. En als dat wel het geval is, dan halen ze er hun neus voor op. Bij tripjes buiten de stadsgrenzen kijkt mijn gezelschap geheel in lijn met de clichés in ieder geval erg bedenkelijk. Laat staan dat ze de IJssel oversteken om Twents Neaghelhout te eten.

Dus eten ze het in Greetje. Ik kies voor de aspergesoep en twijfel verder tussen een Stoofpotje van Veluwe lam en Gegrilde kalfslende van Waterlands Weelde. Het wordt ’t lam, ook al geloof ik niet dat ie van de Veluwe komt. Maar dat geldt ook voor ’t kalf, dat, zo denk ik, nooit een stap heeft gezet in Waterland.

Greetje is als Jonnie Boer, de sterrenkok aan de andere kant van de IJssel die de klant lekker maakt met streekproducten, die, zo dien je te geloven, hoogstpersoonlijk door de kok zijn gevangen, gekeurd, geslacht of geoogst en meegenomen. Zo is ’t lam, dat nu in een piepklein stoofpotje voor me staat, door Greetje zelf uit een kudde Veluwse schapen gehaald – dat idee.

Maar dat lijkt me kras, want Greetje is vandaag namelijk 84 jaar geworden, vertelt ons de man van ’t restaurant. Greetje is de moeder van de man die het restaurant runt, zo leren we. Ze keurt nog de kaart en de gerechten, vertelt de man, wat een mooie marketingvariant is op Jonnie Boers (geboren Giethoorn, grootvader visser) ambachtelijke zoektocht naar natuur- en streekgenot.

Doch, het moet gezegd, Greetjes gerechten smaken hemels. Van de asperge tot ’t lam. De naspijs – de crème brulée bereid met een huisgemaakt extract van zoethout geserveerd met een ijsje van trekdrop – is zo mogelijk nog lekkerder. Het ijs, een grijze kegel, roept bij het zien zelfs vragen op bij de disgenoten, allen toch dwepend met de haute cuisine (behalve P. die ’t liefst frikadellen eet).

‘Dat is ijs en smaakt naar drop’, zegt het meisje van de bediening, dat, voordat ik mijn naspijskeuze bekend maak, de ‘crème brulée’ al voor mij heeft genoteerd. ‘Ik wist dat u dat ging kiezen’, zegt ze met een ontwapende lach – meesterlijk gedaan, ze palmt me in, ik word warm, proef de zoete smaak van luikende liefde en val definitief voor lekkere Greetje. | mei 2011

Geef een reactie