De Mercedes van m’n vader

Mijn leven is één grote vlucht naar voren, dus is de eerste gedachte als zo’n brief in de bus valt: ik ga niet. Geen duik in de geschiedenis, geen terugkeer naar de jaren waarin je nog idealen had, illusies koesterde, liefdes droomde. Scharrelen in de tijd van toen moet je in je hoofd doen, niet aan de hand van de gezichten van nu die zo’n dertig jaar ouder zijn.

En die wedloop in succes stories kan mij ook gestolen worden; reünisten leven volgens hun verhalen altijd zo meeslepend en groots. En dan moet alles na afloop in de bovenkamer weer een plek krijgen, wat een hels karwei is. Om maar te zwijgen van de oprakeling van de zo zorgvuldig weggestopte details – dat dat met reden is gebeurd, wordt weer pijnlijk duidelijk. Op een reünie haal je je open aan de scherpe randjes van het verleden – wie zit daar nou op te wachten?

Ik niet, maar deze keer ging ik wel. ‘Ja’ gezegd in een opwelling. En kon eigenlijk niet meer terug. Ik reisde af naar de voetbalmaten van toen, de jongens waarmee je op zaterdagmiddag in auto’s van een handvol vaders naar tochtige velden reed, waar ik in mijn herinnering als een vaardige dirigent op het middenveld de ploeg aanstuurde met listige steekpassjes en weergaloze lange-ballen-op-maat.

De eerste ontmoeting: ‘Tja, jij bent…’ Ik wist het niet. Mijn geheugen, altijd al wat zwakjes, liet me meteen in de steek. Geen nood, een waterval aan anekdotes vulde de gaten in de herinnering. De verhalen, de namen, de weetjenogs – in rap tempo werd het schilderij uit het verleden ontdaan van de dikke lagen stof.

En toen volgde het onvermijdelijke demasqué. J., toen begenadigd technicus, nu kalig en bolgebuikt: “Een briljante spelverdeler op het middenveld? Het enige dat ik mij van jou herinner is de Mercedes van je vader.” | juni 2007

Geef een reactie